top of page
Van Oord_logo_wit_DEF2_edited.png

We zetten de belangrijkste vragen en antwoorden voor u op een rij. 

Vragen & Antwoorden

We beantwoorden de belangrijkste vragen.

Neem contact met ons op als u vragen heeft over de veranderingen.

1. Pensioen in Nederland

  • De eerste pijler is het basispensioen, de AOW. De AOW wordt betaald door de overheid. De tweede pijler is het aanvullende pensioen dat je bij een
    werkgever opbouwt, zoals het pensioen bij Pensioenfonds PGB. Dit bouw je tijdens je werkzame leven op. De derde pijler is het vrijwillige
    pensioen. Hieronder vallen de inkomensvoorzieningen die je zelf regelt, zoals bijvoorbeeld een lijfrente of een levensverzekering. Naast deze drie
    pijlers bestaat er ook een officieuze vierde pijler waar het sparen via een niet-fiscale weg toe behoort. Bijvoorbeeld een spaarrekening, aandelen
    of obligaties.

  • De AOW is het basispensioen van de overheid (de eerste pijler) dat je krijgt als je in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Voor elk jaar dat je in
    Nederland hebt gewoond of gewerkt krijg je 2% AOW. Je krijgt pas AOW als je de AOW-leeftijd hebt bereikt. Die AOW-leeftijd is afhankelijk van
    je geboortedatum en daarmee voor iedereen verschillend. De AOW-uitkeringen van de huidige AOW’ers wordt betaald uit de belastingen en
    sociale verzekeringspremies die weer worden betaald door de huidige werkenden. Dat heet ook wel ‘omslagstelsel’. Dat is anders dan bij het
    aanvullende pensioen dat je bij je werkgever opbouwt. Daar spaar je voor je eigen pensioen.

  • Veel medewerkers in Nederland bouwen pensioen op in een uitkeringsregeling: een regeling waarbij de hoogte van het pensioen vooraf met een bepaalde zekerheid wordt vastgesteld. De afgelopen jaren bleek die zekerheid beperkt: pensioenen stegen niet altijd mee met de inflatie en werden soms zelfs verlaagd. De koopkracht van die pensioenen werd daardoor steeds minder. Je kunt dan steeds minder kopen van je pensioen. Dit heeft ervoor gezorgd dat er steeds minder vertrouwen was in het pensioenstelsel. Het stelsel sluit ook onvoldoende aan bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: mensen veranderen steeds vaker van baan en er zijn veel flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

    In de huidige pensioenregeling krijgen jongere medewerkers evenveel pensioen voor hun inleg als ouderen. Maar de euro van een jongere heeft meer tijd om meer waard te worden tot het pensioen ingaat, dan de euro van een oudere. Eigenlijk zou de premie van een jongere dan iets lager

    moeten zijn. Als iemand zijn hele leven pensioen opbouwt bij een pensioenfonds, compenseert hij het nadeel van zijn jongere jaren automatisch met een voordeel als hij ouder wordt. Dat is niet meer mogelijk als het pensioen is overgezet naar de nieuwe regels.

    De hervorming die de overheid voor ogen heeft moet leiden tot een meer toekomstbestendig pensioenstelsel dat beter aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt, pensioen meer inzichtelijk en persoonlijker maakt en een grotere kans geeft op een pensioen dat op peil blijft voor alle generaties

  • Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en daarom een afspraak tussen de werkgever en de medewerker. Voor het opbouwen van pensioen bij je werkgever gelden in Nederland echter fiscale (en andere wettelijke) regels. Via deze (fiscale) regels wordt sparen voor je pensioen door de overheid gestimuleerd en op een aantrekkelijke wijze mogelijk gemaakt. Zolang het pensioen wordt opgebouwd binnen de fiscale kaders hoef je (nog) geen belasting te betalen over het opgebouwde pensioenkapitaal. Je betaalt pas belasting op het moment dat het pensioen wordt uitgekeerd. De (fiscale) regels waaronder dit mogelijk is worden door de overheid vastgesteld. Werkgevers, zoals Van Oord, moeten zich aan die regels houden. De overheid vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen pensioen opbouwen bij hun werkgever, zodat mensen ook na hun pensionering nog steeds voldoende inkomen hebben.

  • De hoogte van uw AOW-uitkering is afhankelijk van uw woonsituatie. Woont u alleen of met een minderjarig kind? Dan ontvangt u de AOW voor alleenstaanden. Heeft u een echtgenoot, een geregistreerd partner of woont u samen? Dan krijgt u de AOW voor gehuwden/samenwonenden. Die is lager dan de AOW voor een alleenstaande. Dat komt omdat u de kosten voor levensonderhoud met meer mensen kunt delen. 

    De AOW voor gehuwden is in 2025 1.580 euro bruto per maand. De AOW voor alleenstaanden is 1.081 bruto per maand. 

2. De Wet toekomst pensioenen

  • Het nieuwe pensioenstelsel geldt voor iedereen die in Nederland pensioen opbouwt. Op grond van de nieuwe wet moeten alle bedrijven en/of
    sectoren in Nederland hun pensioenregelingen aanpassen. Dat heeft gevolgen voor iedereen die nu deelnemer is in een pensioenregeling. Dat zijn
    alle medewerkers, maar ook degenen die al met pensioen zijn of oud-collega’s die nog niet met pensioen zijn (de zogenaamde ‘slapers’). In principe
    geldt de Wet toekomst pensioenen (Wtp) voor iedereen, dus ook voor gepensioneerden en de oudcollega’s. Een belangrijk uitgangspunt in de
    nieuwe wet is dat de opgebouwde pensioenen worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Dat heet ‘invaren’. Er is straks niet langer sprake van een
    opgebouwd pensioen maar van een opgebouwd pensioenkapitaal (een persoonlijke pensioenpot). De opgebouwde pensioenen in de huidige
    regeling worden onderdeel van je persoonlijke pensioenpot. Het voordeel van invaren is dat de buffers bij Pensioenfonds PGB kunnen worden
    verdeeld onder de deelnemers. Dat leidt naar verwachting tot een verbetering van je pensioen. Hoe groot de effecten precies zullen zijn, is afhankelijk

    van veel factoren, waaronder de dekkingsgraad van Pensioenfonds PGB op het moment van de overgang. We kunnen je daar nu nog niet veel over
    vertellen. Voor iedere deelnemer worden de gevolgen straks in kaart gebracht. Je krijgt dan een duidelijk overzicht

    waaruit blijkt wat jouw pensioen onder de huidige regeling zou zijn en wat jouw pensioen naar verwachting in de nieuwe regeling wordt.

  • Voor medewerkers wordt in het nieuwe pensioenstelsel geen pensioenbedrag meer beloofd. Er komt een nieuw stelsel dat maar één soort
    pensioenregeling kent: de premieregeling. In zo’n regeling bouwt iedere deelnemer een pensioenkapitaal op in een eigen pensioenpot. Er wordt
    alleen een premie toegezegd. Met die premie zal worden belegd. De uitkomst van die beleggingen is daarmee vooraf onzeker. Iedere medewerker
    ontvangt hetzelfde premiepercentage en krijgt zijn eigen pensioenpot. Het wordt dus eerlijker en transparanter. Geen beloftes meer over een
    uitkering, maar iedereen heeft straks een eigen pensioenpot en daaraan gekoppeld een indicatie van het pensioen dat je daarmee later kunt
    aankopen.

    De nieuwe wet biedt twee opties voor de nieuwe pensioenregeling: de flexibele premieregeling en de solidaire premieregeling. Er zijn veel
    overeenkomsten tussen deze beide opties maar de flexibele premieregeling biedt meer individuele keuzevrijheid en is transparanter, terwijl de
    solidaire premieregeling meer verplichte elementen van collectiviteit heeft maar minder keuzevrijheid kent dan de flexibele premieregeling. Bij ons is
    door Van Oord in samenwerking met de ondernemingsraad gekozen voor de flexibele premieregeling voor de staf-medewerkers. Voor de
    vloot-medewerkers is gekozen voor de solidaire premieregeling. Omdat in de toekomst pensioen moet worden opgebouwd in een premieregeling
    is het niet langer mogelijk om voor de toekomst een pensioenopbouw toe te blijven zeggen zoals we dat nu bij Pensioenfonds PGB doen. Deelname
    aan de huidige regeling zal daarom als gevolg van de nieuwe wet beëindigd worden. Iedereen gaat automatisch deelnemen in een premieregeling.

  • Zolang je werkt, wordt er elke maand een premie ingelegd in jouw ’persoonlijke pensioenpot’. Naarmate je langer werkt, zul je dus ook meer premie inleggen. Deze premies worden vervolgens belegd door het pensioenfonds, waarbij rendementen direct worden bijgeschreven op je pensioenpot. Het totaal van alle betaalde premies en de daarop gemaakte rendementen vormen het pensioenkapitaal. Het pensioenkapitaal op de pensioendatum is vervolgens bepalend voor de hoogte van je uitkering. Hoe hoger je kapitaal, hoe hoger jouw maandelijkse pensioenuitkering zal zijn. Ook na de pensioendatum wordt je pensioenkapitaal doorbelegd. De pensioenuitkering beweegt dus mee met de marktontwikkelingen. Als je deelneemt aan de flexibele premieregeling (de staf), dan heb je de mogelijkheid om bij pensionering te kiezen voor een vaste, gegarandeerde, uitkering. 

    Pensioenfonds PGB heeft een bepaalde mate van bescherming ingeregeld door middel van het spreiden van de beleggingsresultaten over een periode van 5 jaar. In deze situaties hoeven uitkeringen dan over het algemeen niet te worden verlaagd. Als je voor je pensionering komt te overlijden dan vervalt je opgebouwde pensioenkapitaal aan het pensioenfonds, net zoals nu al het geval is. Wel zullen je nabestaanden (partner en eventuele kinderen) een partnerpensioen en wezenpensioen ontvangen. 

  • Een belangrijk uitgangspunt in de Wtp is dat de opgebouwde pensioenen worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Dat heet ‘invaren’. Die opgebouwde pensioenen worden dan onderdeel van je persoonlijke pensioenpot. In het nieuwe stelsel hoeven geen reserves (buffers) meer te worden aangehouden. Als er wordt ingevaren dan komen ook de pensioenreserves (de buffers) vrij die bij Pensionfonds PGB staan. Deze buffers kunnen dan worden verdeeld onder alle deelnemers van Pensioenfonds PGB. Dat kan door de buffers toe te voegen aan de individuele pensioenpotten van de verschillende deelnemers.

  • Ook voor deze pensioenen en pensioenaanspraken geldt dat het uitgangspunt is dat deze worden ‘ingevaren’ in het nieuwe stelsel. Die opgebouwde pensioenen zullen ook gaan meebewegen op basis van de beleggingsresultaten. 

  • Bij een premieregeling is er sprake van een individuele pensioenpot die meebeweegt met de beleggingsresultaten. Zo’n premieregeling gaat straks voor iedereen gelden. Bij een premieregeling mag alleen een pensioenpremie worden toegezegd en worden geen beloftes gedaan over een uitkomst. In die zin verschuift het risico van de werkgever naar de deelnemer. Dat risico kan zowel positief als negatief uitpakken. Bij goede beleggings-opbrengsten komen die positieve gevolgen volledig ten goede aan de medewerkers. Nu is de indexatie vaak niet hoger dan de prijsinflatie. Maar negatieve resultaten zullen in zo’n premieregeling ook doorwerken in het opgebouwde pensioenkapitaal. Daarbij worden er door Pensioenfonds PGB verschillende mechanismen ingebouwd om het risico in de uitkeringsfase te beperken.

  • Je hoeft voor de nieuwe regeling geen beleggingsexpert te zijn; de premie wordt voor jou automatisch belegd. De beleggingen zijn gebaseerd op je leeftijd; naarmate je ouder wordt, wordt er automatisch minder risico genomen met je beleggingen. Periodiek krijg je een overzicht met de

    ontwikkeling van jouw pensioenkapitaal. Dat geeft je de kans om eventueel aanvullende maatregelen, buiten de pensioenregeling om, te nemen als je denkt dat dat nodig is. Er worden dus allerlei maatregelen genomen om de risico’s te verkleinen. Ondanks dat er geen garanties zijn over de uitkomst van jouw pensioen, zul je niet zomaar al je geld kwijtraken.

  • Zolang je werkt, wordt er maandelijks premie ingelegd. Die premie zal gaan renderen en daarmee bouw je je eigen pensioenkapitaal op. Dit kapitaal

    zal inderdaad gaan meebewegen met de financiële markten. Pensioenfonds PGB informeert jou periodiek over de hoogte van je opgebouwde pensioenkapitaal. Daarnaast ontvang je informatie over de hoogte van je te verwachten pensioenuitkering. Je ziet dan hoeveel pensioen je op dat moment ongeveer kunt verkrijgen met je opgebouwde pensioenkapitaal. Na pensionering kan je pensioenuitkering per jaar in hoogte verschillen.

    Door middel van het spreiden van de beleggingsresultaten over een periode van 5 jaar, probeert Pensioenfonds PGB een verlaging

    van je pensioenuitkering te voorkomen. In de flexibele premieregeling (de staf-regeling) kun je na pensionering ook kiezen voor een vaste pensioenuitkering.

  • Mocht jij in de toekomst besluiten om van werkgever te wisselen dan ga je bij je nieuwe werkgever wellicht weer deelnemen aan een pensioenregeling. Als dat zo is dan kun je ervoor kiezen om het reeds opgebouwde pensioen(kapitaal) bij Van Oord over te dragen naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever; dat pensioen gaat dan 1-op-1 over en er vindt geen herberekening plaats op basis van de dan geldende koers of rente. Dus 1000 euro opgebouwd pensioen in de premieregeling bij ons is dan ook 1000 euro pensioen in de premieregeling bij je nieuwe werkgever. De pensioenregeling bij je nieuwe werkgever bepaalt vervolgens de spelregels voor jouw pensioenpot.

  • In principe geldt momenteel in Nederland geen pensioenplicht; een werkgever is niet verplicht om zijn medewerkers een pensioenregeling aan te bieden, maar als hij dat wel doet, geldt die regeling voor alle medewerkers en ben je verplicht om deel te nemen aan de pensioenregeling. De overheid wil graag dat iedereen bij een werkgever pensioen opbouwt om op die manier ervoor te zorgen dat men ook na pensionering nog over voldoende inkomen beschikt.

  • In de nieuwe regeling is er niet alleen een pensioen voor jou, maar ook een uitkering voor je partner als je overlijdt: het partnerpensioen. Dat is nu ook al zo, maar de regels gaan veranderen. Als je overlijdt als je nog werkt (dus vóórdat je met pensioen bent), krijgt je eventuele partner levenslang een uitkering. Deze uitkering bedraagt 35% van het pensioengevend inkomen in de staf-regeling en 50% van het pensioengevend inkomen in de vloot-regeling. Het wezenpensioen is 15% van het pensioengevend inkomen (in de staf-regeling) en 10% in de vloot-regeling. Het wezenpensioen wordt uitbetaald tot je eventuele kinderen 25 jaar worden. In de nieuwe pensioenregeling bouw je geen apart partnerpensioen op. In plaats daarvan wordt het verzekerd via een verzekering. Dit betekent dat als je uit dienst gaat bij Van Oord deze verzekering automatisch eindigt.

3. De nieuwe pensioenregeling

  • De flexibele premieregeling is een premieregeling waarbij elke deelnemer zijn/haar eigen pensioenpot heeft. Het pensioen in de pensioenpot
    wordt belegd maar je hebt de keuze om zelf meer of juist minder risico te nemen met je beleggingen. Je kiest dan een ander beleggingsprofiel.

  • De Wet toekomst pensioenen (WTP) geldt voor iedereen in Nederland. Hoewel de gepensioneerden en oud-collega’s (ook wel slapers genoemd) geen pensioen meer opbouwen bij Van Oord, zullen ook zij de gevolgen van de WTP merken. Wat er voor u precies verandert, is afhankelijk van het soort pensioenregeling waar u in het verleden aan heeft deelgenomen. De vloot-medewerkers gaan namelijk over op een solidaire premieregeling. De medewerkers van de staf gaan over op een flexibele premieregeling. 

  • Pensioenfonds PGB zorgt voor inkomen na pensionering: jouw pensioen. Dit pensioen ontvang je zolang je leeft. Dat geldt nu, maar ook straks.
    En als je helemaal niet meer kunt werken door arbeidsongeschiktheid, wordt ook dan jouw pensioenopbouw voortgezet. Kom je te overlijden,
    vóór of ná pensionering? Dan ontvangt je partner een partnerpensioen van Pensioenfonds PGB. Je kinderen ontvangen een wezenpensioen.
    In de nieuwe premieregeling wordt je pensioengeld voor jou belegd. In de flexibele premieregeling hebt je niet de mogelijkheid om zelf beleggings-
    keuzes te maken maar je kunt wel een ander beleggingsprofiel (ook wel Lifecycle genoemd) kiezen waarbij je meer of juist minder risico neemt. Deze
    keuze heb je niet in de solidaire premieregeling. Je kunt straks net als nu, zelf kiezen vanaf welke leeftijd je het pensioen wilt ontvangen en je kunt
    je pensioenkeuzes maken bij de ingang van je pensioen.

  • De werkgever is wettelijk verplicht om een transitieplan op te stellen. Het transitieplan is een belangrijke informatiebron in dit proces. In het transitieplan moeten alle keuzes, overwegingen en berekeningen die ten grondslag liggen aan de gemaakte afspraken zijn opgenomen. Het bevat de verantwoording waarom is gekozen voor de betreffende invulling van de nieuwe pensioenregeling en de overgangsmaatregelen en waarom sprake is van een evenwichtige overstap hiernaartoe. Het biedt inzicht n de samenhang tussen de verschillende keuzes en legt uit hoe Van Oord tot dit besluit is gekomen. Pensioenfonds PGB beoordeelt op dit moment het transitieplan dat Van Oord heeft opgesteld. 

  • Hoe langer je werkt des te meer pensioen bouw je op. Daarbij komt dat de waarde van je al opgebouwde pensioen in beginsel behouden blijft. Als de opgebouwde waarde wordt omgezet naar de nieuwe pensioenregeling (‘invaren’) dan geldt dat niet alleen voor je al opgebouwde pensioen maar ook voor alle reeds ingegane pensioenen. Eerder met pensioen gaan voorkomt dat dan niet. Er kunnen mogelijk ook andere redenen zijn voor jou om eerder met pensioen te gaan. Mocht je deze mogelijkheid willen bespreken, neem dan contact op met Pensioenfonds PGB.

  • Nu bouw je elk jaar een bepaald bedrag aan pensioen op. Straks bouw je geen gegarandeerd pensioen meer op, maar een eigen pensioenvermogen – ook wel ‘pensioenpot’ genoemd. Dit vermogen bestaat uit ingelegde premies van jou en Van Oord en uit beleggingsrendement. De premies worden belegd op basis van jouw leeftijd. Dit betekent dat voor jongeren meer risico wordt genomen, omdat zij nog een langere tijd hebben voor het opbouwen van pensioen. Hoe dichter je bij je pensioenleeftijd komt, hoe minder risico er wordt genomen. Als je juist minder of meer risico wilt nemen dan kun je in de staf-regeling een ander beleggingsprofiel kiezen. Deze keuze geldt niet voor de huidige vloot-medewerkers. In de pensioenregeling voor de vloot is het niet mogelijk om een ander beleggingsprofiel te kiezen. 

  • De totale pensioenpremie zal straks op een gelijk niveau blijven. Dit geldt eveneens voor de eigen deelnemerspremie. In beginsel heeft dit dan ook geen effect op je netto maandelijkse inkomen.  In de staf-regeling blijft de totale premie hetzelfde en is 27,9% van jouw pensioengevend salaris. Een klein deel van de premie wordt gebruikt voor de verzekering van het partner- en wezenpensioen, het arbeidsongeschiktheidsrisico en de uitvoeringskosten. De rest (24%) is de spaarpremie en wordt gebruikt voor de opbouw van je persoonlijke pensioenpot.
     

    In de vloot-regeling is de totale premie 17,2% van je pensioengevend salaris. Een klein deel van de premie wordt gebruikt voor de verzekering van het partner- en wezenpensioen, het arbeidsongeschiktheidsrisico en de uitvoeringskosten. De rest (14,9%) is de spaarpremie en wordt gebruikt voor de opbouw van je persoonlijke pensioenpot.

  • Nee, er wordt niet gecompenseerd. Van Oord en de ondernemingsraad hebben op basis van uitgebreide berekeningen en analyses geconcludeerd dat medewerkers er in het verwachte scenario er niet op achteruit gaan.

  • Binnen Van Oord is er een pensioencommissie die, met ondersteuning van een externe actuaris, de Executive Committee adviseert op pensioenvraagstukken. In de pensioencommissie zit ook de voorzitter van de ondernemingsraad. De pensioencommissie heeft in diverse overleggen besproken wat de gevolgen zijn van de nieuwe wet voor de bestaande pensioenregeling en uitgebreide analyses laten maken. Dit
    heeft tot de conclusie geleid dat de flexibele premieregeling het beste aansluit op de medewerkers bij Van Oord. Alle afspraken staan in het transitieplan dat op dit moment door Pensioenfonds PGB wordt beoordeeld. 

  • De overheid heeft regels bepaald over hoe het pensioen verdeeld moet worden zodat de verdeling zo eerlijk mogelijk is voor alle groepen. Op deze website van de overheid legt de overheid uit hoe dit precies in z’n werk gaat. Pensioenfonds PGB volgt deze regels. De Nederlandsche Bank (DNB) ziet hierop toe.

  • Bij het ontwerp van de nieuwe pensioenregeling hebben Van Oord en de ondernemingsraad onder andere de volgende uitgangspunten

    gebruikt:

    • medewerkers mogen er in de nieuwe pensioenregeling niet op achteruit gaan in het verwachte scenario;

    • de pensioenen van de gepensioneerden moeten zoveel mogelijk op peil blijven in het verwachte scenario;

    • een goede dekking bij overlijden blijft belangrijk.

  • • In de nieuwe wet staat het uitgangspunt dat de pensioenen in de huidige pensioenregeling moeten worden meegenomen naar het nieuwe

       pensioenstelsel.

    • Op basis van de berekeningen wordt verwacht dat de meeste pensioenen hoger worden als de pensioenen worden meegenomen ten opzichte
      van als de pensioenen worden achtergelaten in de huidige regeling.

    • Het uitvoeren van één pensioenregeling is goedkoper dan het uitvoeren van twee regelingen.

    • Het is voor jou overzichtelijker en begrijpelijker dat je straks in één keer kunt inzien wat je bij het pensioenfonds hebt opgebouwd.

4. Vragen voor gepensioneerden & oud-collega's

  • In het nieuwe pensioenstelsel wordt geen pensioenbedrag meer beloofd. Er komt een nieuw stelsel dat maar één soort pensioenregeling kent: de
    premieregeling. In zo’n regeling heeft iedere deelnemer een eigen pensioenpot. Die pensioenpot zal worden belegd. De uitkomst van die
    beleggingen is daarmee vooraf onzeker.

  • In principe geldt de Wet toekomst pensioenen (Wtp) voor iedereen, dus ook voor gepensioneerden en de oud-collega’s. Een belangrijk uitgangspunt
    in de nieuwe wet is dat de opgebouwde pensioenen worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Dat heet ‘invaren’. Er is straks niet langer sprake van
    een opgebouwd pensioen maar van een opgebouwd pensioenkapitaal (een persoonlijke pensioenpot). De opgebouwde pensioenen in de huidige
    regeling worden onderdeel van je persoonlijke pensioenpot. Het voordeel van invaren is dat de buffers bij Pensioenfonds PGB kunnen worden
    verdeeld onder de deelnemers. Dat leidt naar verwachting tot een verbetering van je pensioen. Hoe groot de effecten precies zullen zijn, is
    afhankelijk van veel factoren, waaronder de dekkingsgraad van Pensioenfonds PGB op het moment van de overgang. We kunnen je daar nu
    nog niet veel over vertellen. Voor iedere deelnemer worden de gevolgen straks in kaart gebracht. Je krijgt dan een duidelijk overzicht waaruit
    blijkt wat jouw pensioen onder de huidige regeling zou zijn en wat jouw pensioen naar verwachting wordt in de nieuwe regeling. 

  • Een belangrijk uitgangspunt in de Wtp is dat de opgebouwde pensioenen worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Dat heet ‘invaren’. Die opgebouwde pensioenen worden dan onderdeel van je persoonlijke pensioenpot. In het nieuwe stelsel hoeven geen reserves (buffers) meer te worden aangehouden. Als er wordt ingevaren dan komen ook de pensioenreserves (de buffers) vrij die bij Pensionfonds PGB staan. Deze buffers kunnen dan worden verdeeld onder alle deelnemers van Pensioenfonds PGB. Dat kan door de buffers toe te voegen aan de individuele pensioenpotten van de verschillende deelnemers.

  • Ook voor gepensioneerden en slapers zal bij ‘invaren’ het risico verschuiven. De pensioenen gaan in het nieuwe stelsel meer meebewegen met de beleggingsresultaten. Als het economisch goed gaat dan kunnen de pensioenen sneller worden verhoogd. Nu is die verhoging vaak gemaximeerd tot de prijsindexatie. Maar pensioenen kunnen ook omlaag gaan als het economisch tegen zit. Er kunnen door het pensioenfonds verschillende mechanismes worden ingebouwd om dat risico te beperken. Zo is er in de solidaire premieregeling (voor de vloot) een extra

    buffer, de solidariteitsreserve, om tegenvallers op te vangen.

  • Als je pensioen opbouwt of ontvangt vanuit de flexibele premieregeling dan kun je er op het moment van de overgang of de pensioendatum voor kiezen om je pensioen om te zetten in een vast, gegarandeerd, pensioen. Dat pensioen stijgt of daalt dan niet meer. Het biedt zekerheid maar de keerzijde is dat het ook niet meer stijgt om de inflatie te compenseren. Als je deelneemt aan de solidaire premieregeling dan heb je deze keuze niet. 

  • Bij het ontwerp van de nieuwe pensioenregeling hebben Van Oord en de ondernemingsraad onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd:

    • medewerkers mogen er in de nieuwe pensioenregeling niet op achteruit gaan in het verwachte scenario;

    • de pensioenen van de gepensioneerden moeten behouden blijven op het moment van de overgang naar de nieuwe regeling in het verwachte

       scenario;

    • een goede dekking bij overlijden blijft belangrijk.

  • De nieuwe pensioenwetgeving raakt niet alleen de medewerkers maar ook de gepensioneerden en de oud-medewerkers (de zogenaamde slapers). Dat is bijzonder; normaal gelden wettelijke wijzigingen alleen voor de  toekomst, maar de nieuwe pensioenwetgeving raakt ook de pensioenen van de niet actieve deelnemers. Het is niet toegestaan om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten deelnemers. Als dus zal worden

    ingevaren, dan geldt dat ook voor de pensioenen van de gepensioneerden en de slapers. Daarom zijn de belangen van de gepensioneerden en slapers ook meegenomen in de gesprekken over de toekomst van het pensioen bij Van Oord.

Deze website is bedoeld om alle deelnemers te informeren over de wijzigingen in onze pensioenregeling als gevolg van de nieuwe wet ‘Wet toekomst pensioenen’. U  kunt geen rechten ontlenen aan deze website of aan inhoud op deze website. U kunt alleen rechten ontlenen aan het voor u geldende pensioenreglement.

bottom of page